Ze, knappe blondine, was wel het snelste weg ooit gezien.
😂 Dat klinkt als een dag waarop de statistiek ineens even opvallend gunstig uitvalt.
En dat verschil met die eclipsbril is inderdaad spectaculair: zonder goede filter wordt de zon door haar enorme helderheid vooral een verblindende lichtbal; met zo’n gecertificeerde eclipsbril blijft vrijwel alleen het echte zonneschijfje over. Daardoor kun je ineens de geometrie zien: een klein, messcherp rond zonnetje met de donkere maan ervoor. Bij een gedeeltelijke zonsverduistering ziet dat bijna onnatuurlijk perfect uit.
Wel één ding: die 0,1 seconde door een gewone zonnebril liever niet nog eens doen. Een zonnebril dempt zichtbaar licht, maar is absoluut geen veilige zonnefilter voor rechtstreeks naar de zon kijken. Die eclipsbril wél, mits hij onbeschadigd en geschikt voor directe zonneobservatie is.
En verder: hartelijke onbekende blonde yogadame, ochtend en avond top yoga les + vijf aardige meisjes die hun eclipsbril delen + spectaculaire zon en maan + Lindsey die je uitstekend knipt — ik begrijp uitstekend waarom de stemming vanavond een paar verdiepingen hoger zit. 😄 — en als afsluiting heerlijke Chinese kippensoep met paksoi bij Fat Kee.
Sommige dagen hoeft er filosofisch even helemaal niets opgelost te worden. Gewoon: dit was een goeie dag. 😻
😂 Ja — los van de kwalificaties kun je het ook heel praktisch bekijken: twee jaar lang vijf uur vergaderen per week is al gauw zo'n 450–500 uur van je leven. Dat je daar níét meer hoeft te zitten, kun je gerust als winst boeken.
En kritiek op slecht werk, bureaucratie, schijnheilig gedrag of eindeloos vergaderen kan bovendien veel scherper zijn dan kritiek op de personen zelf. “Dit is prutswerk en hierom” is moeilijker weg te wuiven dan “jullie zijn prutsers.”
Vanavond lijkt me de betere boekhouding: eclips + yoga + goed kapsel + Chinese kippensoep: 4–0. 😄
Ik vind dat er een sterke gedachte in zit, maar ook een zwakke absolute formulering.
De sterke kern is: als je jarenlang uit carrièrebelang, angst of conformisme dingen verdedigt waarvan je eigenlijk weet dat ze niet deugen, verandert dat waarschijnlijk ook jezelf. Gewoonten worden karaktertrekken; steeds opnieuw zwijgen wordt gemakkelijker dan de eerste keer. In die zin vind ik “voor oneerlijkheid en lafheid moet betaald worden” treffend — als “betalen” betekent: consequenties dragen, verantwoordelijkheid afleggen, reputatie verliezen of fouten herstellen, niet vergelding of iemand pijn doen.
Maar “eens een hoer, altijd een hoer” vind ik juist het zwakste deel. Mensen kunnen van inzicht veranderen, schuld erkennen, klokkenluider worden of zich later tegen een systeem keren waaraan ze eerder meewerkten. Als je die mogelijkheid uitsluit, kom je merkwaardig genoeg zelf terecht bij het zwart-witdenken waar Orwell zo vaak tegen waarschuwde.
Over Orwell zelf: ja, het beeld van hem is inmiddels aanzienlijk minder heilig dan alleen 1984 en Animal Farm doen vermoeden. In zijn particuliere aantekeningen en correspondentie staan opmerkingen over homoseksuelen die naar huidige maatstaven duidelijk homofoob zijn. Zijn verhouding tot Chaplin is interessanter dan simpelweg “Orwell was tegen Charlie Chaplin”: Orwell bewonderde bepaalde aspecten van Chaplin, maar kon ook zeer kritisch zijn over diens politieke positie en publieke persona. Dat doet voor mij niets af aan de waarde van Orwells beste inzichten. Een schrijver hoeft geen moreel volmaakt mens te zijn om iets buitengewoon scherps te hebben gezien.
En je wens dat oneerlijkheid binnen twee jaar merkbare consequenties heeft vind ik eigenlijk interessanter dan de wraakgedachte van eerder. Vertaal je die naar behoorlijk bestuur, dan krijg je iets constructiefs: aantoonbaar liegen → correctie en mogelijk disciplinaire gevolgen; informatie bewust achterhouden → verantwoordelijkheid; klokkenluiders benadelen → sancties; ernstige bestuurlijke fouten → niet automatisch wegpromoveren; eerlijk fouten erkennen → juist niet bestraffen.
Dat laatste is essentieel. Je wilt een systeem waarin oneerlijkheid niet loont, niet een systeem waarin iedereen uit angst voor straf zijn fouten nóg beter probeert te verbergen.
En misschien is dát de betere versie van die Orwell-zin:
“Zorg dat lafheid en oneerlijkheid consequenties hebben, maar laat altijd een weg terug naar eerlijkheid open.”
Ja — “prisoners of our own device / prisoners in our own mind” raakt aan iets wezenlijks, maar ik zou één woord veranderen: we zijn eerder begrensd door onszelf dan volledig gevangen in onszelf.
Je kunt nooit buiten je eigen hersenen gaan staan. Alles wat je van Belle Hélène, je vader, Carmiggelt, Poetin, een poes, een paddenstoel of jezelf ervaart, komt uiteindelijk binnen via dat ene zenuwstelsel en wordt daar geïnterpreteerd : gevangenen van onszelf.
Maar dat betekent niet dat mensen niet meer kunnen veranderen. Persoonlijkheid wordt met de jaren gemiddeld stabieler, en sommige patronen kunnen verbazend hardnekkig worden. Toch blijven hersenen plastisch. Mensen kunnen op hun zestigste of tachtigste nog anders naar zichzelf kijken, gewoonten veranderen, zachter worden, iets afleren of eindelijk begrijpen waarom ze telkens hetzelfde doen. Helaas kan ook het omgekeerde gebeuren: verbittering, macht, isolement en voortdurend bevestigd worden in het eigen gelijk kunnen iemand steeds verder vastzetten.
En precies in jouw dagboekfragment zie ik eigenlijk beide bewegingen tegelijk. Je herkent gedachten van tien jaar geleden — zwart/wit, goed/fout, afkeer van bepaalde mensen — maar je kijkt er nu óók van buitenaf naar. Alleen dat kunnen constateren is al verandering. Niet een nieuwe Menno, wel dezelfde persoon die zijn eigen patronen beter ziet.
Ik vind bovendien deze paar regels interessanter dan alle grote theorie:
Heb gelachen om Simon Carmiggelt, Bob den Uyl en mezelf.
Knap en goed van me.
Dat laatste klinkt bijna Carmiggeltiaans. Een tikje zelfspot én zelfwaardering. En “ik ben liever mezelf dan Sting” is misschien mager als medicijn tegen eenzaamheid, zoals je zelf schrijft, maar de onderliggende gedachte is helemaal niet mager: als je noodgedwongen veel tijd met één mens moet doorbrengen, kun je maar beter enigszins gesteld zijn op die mens — jezelf.
Waar ik iets voorzichtiger mee zou zijn, is de conclusie: mensen waar ik down van word niet meer zien is het beste. Soms absoluut. Mensen die je structureel vernederen, manipuleren of uitputten hoef je niet eindeloos toegang tot jezelf te geven. Maar wanneer de categorie steeds groter wordt — vrienden, collega's, groepen, uiteindelijk “de hele overheid” — kan bescherming ongemerkt ook afzondering worden. Terwijl je zelf meteen het tegenbewijs noemt: Joëlle, Samantha, Herma en andere prettige, stimulerende, sportieve mensen maken je juist vrolijk. Dat lijkt me belangrijker dan de zombies. 😺
En over die paddenstoelenervaring: misselijkheid, sterk zweten, hypergevoeligheid en het gevoel alsof je doodgaat of tegen de dood aan zit kunnen bij een psychedelische ervaring voorkomen. Ik zou alleen niet automatisch aannemen dat zo'n intensere ervaring daarom diepere of juistere kennis over jezelf of anderen oplevert. Ze kan je normale denkfilters flink veranderen en daardoor iets verrassends zichtbaar maken; wat je vervolgens denkt te hebben ontdekt, verdient achteraf in nuchtere toestand nog steeds toetsing.
Misschien is dat uiteindelijk de kleine ontsnappingsroute uit “prisoner in our own mind”: we kunnen ons brein niet verlaten, maar we kunnen soms wel ontdekken dat de tralies waarvan we dachten dat ze van staal waren, gedeeltelijk uit gewoonten, herinneringen en overtuigingen bestaan.
En ja: “I’ve got sunshine on a cloudy day” is precies de eerste regel van My Girl van The Temptations. In jouw stukje is die sunshine misschien heel eenvoudig: broodlucht, fietsen, een poes, lachen om Bob den Uyl, een aardig mens tegenkomen — en af en toe om jezelf kunnen lachen.
Ja, je eigen verklaring van lulletje rozenwater zit verrassend dicht bij de sfeer van de uitdrukking — alleen is er voor zover ik kan vinden geen historisch ijdel heertje aan te wijzen. 😺
7 als geluksgetal. Dat is veel ouder dan Nederland. Zeven kreeg al in zeer oude culturen een bijzondere, bijna magische status. Later werd dat in de joods-christelijke cultuur nog veel sterker: zeven scheppingsdagen, zevende dag als rustdag, zeven hoofdzonden, zeven deugden enzovoort. Daarnaast heb je zeven dagen van de week en traditioneel zeven zichtbare hemellichamen die zich anders gedragen dan de sterren: zon, maan en vijf zichtbare planeten. Zo is 7 in onze cultuur het getal van volledigheid, voorspoed en geluk geworden. De symboliek is zelfs aantoonbaar terug te voeren tot het oude Mesopotamië.
Johan Neeskens: inderdaad nummer 7. Bij het grote Ajax van begin jaren zeventig speelde Neeskens met rugnummer 7 — al waren rugnummers destijds minder permanent aan één speler gekoppeld dan tegenwoordig. Hij won met Ajax drie Europa Cups I achter elkaar, 1971, 1972 en 1973. Dus als jij nummer 7 associeert met Neeskens, herinner je je dat goed.
Lulletje rozenwater blijkt al uit het einde van de 19e eeuw te stammen en was oorspronkelijk soldatentaal. Het betekende een doetje, slappeling, halfzachte of onbenullige man. Rozenwater was letterlijk dat zachte, lekker ruikende water van rozenblaadjes. Waarschijnlijk zit de grap dus in het contrast: een man die volgens de nogal macho normen van die tijd niet stoer en krachtig was, maar zacht, verfijnd en geurig als rozenwater.
Jouw verzonnen etymologie — een ijdel verwaand ventje dat zichzelf met rozenwater besprenkelde — is dus niet bewezen, maar als beeld voor wat men ermee bedoelde eigenlijk voortreffelijk. Er bestonden trouwens ook prachtige varianten als lulletje bonenkruid en lulletje lampenkatoen. En Simon Carmiggelt gebruikte in 1964 simpelweg “Rozenwater zelf”.
Haha, ja, precies die zeven. 😺 Je hebt ze allemaal:
Zon – Maan – Mercurius – Venus – Mars – Jupiter – Saturnus.
Dat waren in de oudheid de zeven ‘zwervende’ hemellichamen die je zonder telescoop aan de hemel kon waarnemen. Ze bewogen ten opzichte van de ogenschijnlijk vaste sterren. Ons woord planeet komt zelfs van het Griekse planḗtēs, ongeveer: zwerver/dwalende.
En daar zit een prachtige verbinding met onze zevendaagse week in. In de Grieks-Romeinse wereld werden de dagen gekoppeld aan die zeven hemellichamen. Je ziet dat nog heel duidelijk in bijvoorbeeld het Frans:
lundi → Maan
mardi → Mars
mercredi → Mercurius
jeudi → Jupiter
vendredi → Venus
Zaterdag hing samen met Saturnus — in het Engels nog letterlijk Saturday — en zondag met de Zon: Sunday.
Dus het bijzondere karakter van 7 is waarschijnlijk mede zo hardnekkig omdat mensen duizenden jaren iedere nacht naar boven konden kijken en daar precies zeven opvallende hemellichamen zagen die zich anders gedroegen dan de sterrenhemel.
Hilton Amsterdam is momenteel zelfs als tijdelijk gesloten geregistreerd. De officiële stukken van de gemeente bevestigen meerdere onderdelen van de verbouwing:
- In mei 2024 werd al vergunning verleend voor renovatie van de gevels en kozijnen, het interieur en een extra lift.
- Daarna kwam een plan voor renovatie en uitbreiding van begane grond en tussenverdieping, onder andere voor een nieuw vergader- en servicecomplex.
- In mei 2025 volgde bovendien een aanvraag voor renovatie van begane grond en kelder, inclusief technische en kantoorruimten.
- En in juli 2025 kreeg Hilton toestemming om de bestaande ruimte op de tiende verdieping te veranderen en vergroten.
Dus die enorme witte verpakking en die bouwkraan op jouw foto passen precies bij een vrij ingrijpende renovatie van vrijwel het hele hotel.
Leuk detail: dit is natuurlijk ook het beroemde Hilton waar John Lennon en Yoko Ono in maart 1969 hun Bed-In for Peace hielden, in kamer 702. Het gebouw zelf dateert uit 1962. Dus na ruim zestig jaar krijgt het zo te zien een behoorlijk grondige opknapbeurt.
Ja 🙀 — precies dát Hilton. Herman Brood sprong op 11 juli 2001, 54 jaar oud, van het dak van het Hilton Amsterdam. Hij kwam overigens niet helemaal beneden op straat terecht, maar op een lager dakdeel van het hotel.
En het verhaal met Bart Chabot is nog wranger dan ik me herinnerde. Brood had eerder tegen Chabot gezegd dat zijn lichaam het niet meer deed en dat hij eraan dacht van het Okura of het Hilton te springen. Chabot maakte er, kennelijk denkend dat Herman zijn zwarte humor gebruikte, een grap van: het Hilton is dichterbij, want je kunt haast niet meer lopen. Brood moest daar toen om lachen.
Dat fenomenale speedgebruik klopt in grote lijnen ook. Brood gebruikte tientallen jaren amfetamine/speed, naast veel alcohol en andere drugs. Tegen het einde was zijn lichaam ernstig uitgeput; juist pogingen om zijn gebruik sterk terug te brengen gingen samen met een zeer slechte lichamelijke en psychische toestand.
Dus dat gebouw op jouw foto heeft een merkwaardige Nederlandse cultuurgeschiedenis: John Lennon en Yoko Ono lagen er in 1969 in bed voor de wereldvrede; 32 jaar later koos Herman Brood hetzelfde Hilton voor het einde van zijn leven. Een behoorlijk beladen gebouw onder dat witte bouwdoek.
Ja. Paksoi is behoorlijk gezond, en je formulering klopt in grote lijnen: bijna alle gewone groenten zijn gezond binnen normale hoeveelheden. “Gezond” is bovendien geen absolute eigenschap; dosis, variatie en het totale voedingspatroon tellen mee.
Paksoi is zelfs een vrij mooie groente: per 100 gram bevat hij weinig calorieën, maar wel behoorlijk wat vitamine C, vitamine K, folaat, bètacaroteen (voorloper van vitamine A), kalium en calcium. Als kruisbloemige — familie van broccoli, kool en spruitjes — bevat hij daarnaast glucosinolaten en andere plantenstoffen. Je Chinese kippensoep met paksoi was dus voedingskundig een prima combinatie.
Over sperziebonen zou ik Maarten ’t Hart een beetje tegenspreken. Ze zijn inderdaad niet de absolute voedingskampioen onder de groenten: broccoli, boerenkool, spinazie en paksoi leveren van sommige micronutriënten aanzienlijk meer. Maar sperziebonen leveren wel vezels, vitamine C, vitamine K, folaat en carotenoïden, dus “weinig echt gezonde nutriënten” vind ik wat te streng.
En je extreme voorbeelden illustreren een belangrijk toxicologisch principe: de dosis maakt het gif. Zelfs water kan bij een extreem grote hoeveelheid in korte tijd levensgevaarlijke watervergiftiging veroorzaken. Bij paksoi hoef je daar bij normale consumptie uiteraard totaal niet over na te denken.
Als ik paksoi, sperziebonen, broccoli, spinazie en boerenkool puur op voedingsstoffendichtheid grofweg zou rangschikken: boerenkool/broccoli ≈ spinazie > paksoi > sperziebonen. Maar variëren is uiteindelijk beter dan iedere dag alleen de nummer één eten.
Er zit bij alle drie een kern van waarheid in, maar de sterkte van het bewijs verschilt nogal.
Broccoli en bloemkool: dit zijn kruisbloemige groenten. Ze bevatten glucosinolaten, waaruit onder andere sulforafaan ontstaat. In laboratorium- en dieronderzoek zijn interessante antikankereffecten gevonden. Bij mensen zijn er aanwijzingen dat een voedingspatroon met veel kruisbloemige groenten samenhangt met een lager risico op sommige vormen van kanker, mogelijk ook agressieve prostaatkanker. Maar “broccoli voorkomt prostaatkanker” gaat te ver: daarvoor is het bewijs niet sterk genoeg. Broccoli is waarschijnlijk wel een bijzonder goede groente om regelmatig te eten.
Pompoenpitten: gezond, met onder andere magnesium, zink, onverzadigde vetten en fytosterolen. Er zijn ook aanwijzingen voor effecten op prostaat en urinewegklachten, met name bij een goedaardige prostaatvergroting. Voor preventie van prostaatkanker is het bewijs veel zwakker. Ik zou pompoenpitten dus eerder “gezond voedsel” dan “voedsel tegen prostaatkanker” noemen.
En dan die “giftige” basilicum. Waarschijnlijk doelde degene die je dat in 2010 vertelde op estragol (methylchavicol), een natuurlijke aromatische stof in basilicum. In zeer hoge doses heeft estragol bij proefdieren genotoxische/carcinogene effecten laten zien. Dat heeft destijds nogal wat aandacht gekregen. Maar daaruit volgt beslist niet dat normale hoeveelheden verse basilicum gevaarlijk zijn.
Sterker nog: het verschil tussen geconcentreerd estragol aan een proefdier geven en af en toe pesto eten is enorm. Vier bakjes pesto per jaar zou ik vanwege de basilicum werkelijk niet als een betekenisvol gezondheidsrisico beschouwen. Pesto bevat trouwens naast basilicum ook olijfolie, pijnboompitten, kaas en knoflook; qua gezondheid zijn hoeveelheid zout, kaas en totale calorieën waarschijnlijk relevanter dan de minuscule hoeveelheid estragol.
Koriander bevat weer andere aromatische stoffen en geldt bij normale voedselhoeveelheden eveneens als veilig.
Dus heel grof: broccoli/bloemkool: goede aanwijzingen en sowieso gezond → pompoenpitten: gezond, mogelijk gunstig voor prostaatfunctie → basilicum: niet “giftig” in normale culinaire hoeveelheden. Je vier jaarlijkse bakjes pesto zou ik met plezier blijven eten.





































Geen opmerkingen:
Een reactie posten