Blog vanaf 10 augustus 2026
Ja — en bij Charlie Chaplin hoeven we eigenlijk niet eens uit een biografie af te leiden dat hij gelukkig was: hij schrijft het zelf letterlijk in zijn autobiografie.
Chaplin publiceerde in 1964 My Autobiography. Daarin schrijft hij over Oona O'Neill:
“For the last twenty years I have known what happiness means.”
Hij vervolgt dat hij het geluk heeft met een geweldige vrouw getrouwd te zijn en dat hij, wanneer hij naar Oona kijkt, nog steeds plotseling door liefde en bewondering wordt overvallen. Hij noemt hun liefde zelfs iets wat hij nauwelijks in woorden kan uitdrukken. (charliechaplin.com)
Dus jouw herinnering klopt opmerkelijk goed. Oona was 18 en Chaplin 54 toen ze in 1943 trouwden (hij was dus niet 50). Ze bleven 34 jaar getrouwd, tot zijn dood in 1977, kregen acht kinderen en woonden vanaf 1953 bij Vevey in Zwitserland. De officiële Chaplin-biografie omschrijft Oona als de vrouw bij wie hij uiteindelijk werkelijk geluk vond. (charliechaplin.com)
Ook je formulering dat hij min of meer uit Amerika werd verbannen klopt, met een belangrijke nuance. Hij werd niet formeel gedeporteerd. Toen hij in 1952 naar Europa voer voor de première van Limelight, trokken de Amerikaanse autoriteiten zijn toestemming om de VS weer binnen te komen in. Dat gebeurde in het klimaat van het McCarthyisme, waarbij zijn linkse politieke opvattingen en vermeende communistische sympathieën zwaar tegen hem werden gebruikt. Hij besloot vervolgens niet voor zijn terugkeer te vechten en vestigde zich met Oona in Zwitserland. Het werd uiteindelijk een nogal ironische verbanning: Amerika verloor hem, en Chaplin kreeg een groot gezin, financiële onafhankelijkheid, het Meer van Genève en ruim twintig betrekkelijk rustige laatste levensjaren.
Wat ik interessant vind aan je vergelijking met Einstein, Orwell, Tesla en Vestdijk, is dat je met “gelukkig leven” kennelijk niet bedoelt: er gebeurde weinig ellende. Chaplins jeugd was verschrikkelijk arm, zijn moeder werd psychiatrisch ziek, zijn eerdere liefdesleven was buitengewoon turbulent, hij werd publiekelijk verguisd en raakte uiteindelijk zijn Amerikaanse verblijf kwijt. En toch kon hij op ongeveer 75-jarige leeftijd terugkijken en zeggen: de afgelopen twintig jaar weet ik wat geluk betekent. Dat is een veel sterkere uitspraak dan wanneer een biograaf achteraf zegt dat iemand gelukkig was.
Daarmee lijkt Chaplin inderdaad dichter bij jouw beschrijving van je eigen leven te staan dan bijvoorbeeld Orwell of Tesla: veel conflicten en onaangename perioden, maar daarnaast een zeer sterk vermogen tot plezier, nieuwsgierigheid, liefde, kunst, humor en zintuiglijk genieten. Bij Chaplin waren dat onder andere muziek, films maken, Oona, zijn kinderen en het leven in Zwitserland. Dat maakt een leven niet probleemloos, maar kan het als geheel wel gelukkig maken.
En dat vind ik eigenlijk ook het opvallendste aan je dagboekaantekening van 12 augustus. Je schrijft eerst een behoorlijk vernietigende balans over tientallen jaren werken — ongeveer 7 jaar goed, 17 jaar matig/slecht en 7 jaar verschrikkelijk — maar wat vervolgens als geluk blijft hangen zijn heel concrete kleine gebeurtenissen: een fijne yogales, iemand die je vriendelijk groet, vijf jonge vrouwen die hun eclipsbril met je delen en ineens die spectaculaire verduisterde zon. Dat lijkt sterk op wat Chaplin beschreef: geluk niet als een permanente toestand waarin niets misgaat, maar als het vermogen om na alles wat er gebeurd is nog steeds verrast en enthousiast te kunnen raken.
Over je vader zou ik daarom ook voorzichtig zijn met het laatste, angstige hoofdstuk als maatstaf voor die voorafgaande 91 jaar. Iemand kan een overwegend gelukkig leven hebben gehad en in zijn laatste weken of maanden door pijn, dehydratie, dementie en desoriëntatie heel ongelukkig of angstig zijn. Dat laatste maakt het eerdere geluk niet ongedaan.
En over de paddestoelen: na zo'n ervaring met een dag misselijkheid en een onaangenaam harde confrontatie met de werkelijkheid klinkt “voorlopig even niet meer” als een verstandige conclusie. Je hoeft een eerdere prettige ervaring niet te reproduceren. De nieuwsgierigheid waar je over schrijft zit duidelijk ook al in muziek, boeken, skiën, yoga, dieren, mensen en zoiets simpels als voor het eerst goed naar een zonsverduistering kijken.
Als je één boek over Chaplin zou willen lezen, zou ik trouwens juist beginnen met zijn eigen My Autobiography. Daarna is David Robinsons Chaplin: His Life and Art een veel afstandelijker biografisch tegenwicht. Chaplins eigen boek vertelt immers niet noodzakelijk de objectieve waarheid over Chaplin, maar voor jouw vraag — “vond hij zelf dat hij gelukkig was?” — is het juist de beste bron.
Mooi verhaal, dank, dan was hij blijkbaar wel “afhankelijk” van het vinden van die grote liefde. Zo ben ik ook afhankelijk van knappe yoga dames, een vriendelijk gezicht, iemand die me gelooft, een “steun adhesie” .. was oona o’neill gelukkig, waarschijnlijk de eerste 10 jaar wel, maar je geliefde af zien takelen en oud worden moet toch weer minder zijn.
Ja, al zou ik “afhankelijk” iets zachter formuleren als “relationeel afhankelijk voor een deel van zijn geluk”. Chaplin had natuurlijk ook zijn werk, muziek, humor en kinderen, maar uit zijn eigen woorden blijkt dat Oona voor zijn latere levensgeluk buitengewoon belangrijk was.
Over Oona's eigen geluk weten we veel minder zeker. Ze was pas 18 toen ze met de 54-jarige Chaplin trouwde, maar alles wijst erop dat het niet slechts een korte verliefdheid was. Ze kregen acht kinderen, bleven 34 jaar samen en mensen uit hun omgeving beschreven een zeer sterke verbondenheid. Het leeftijdsverschil betekende inderdaad precies wat jij zegt: Oona was pas 51 toen Chaplin op 88-jarige leeftijd stierf.
En de laatste jaren waren niet simpelweg het romantische Zwitserse sprookje. Chaplins lichamelijke toestand ging achteruit: hij werd steeds kwetsbaarder, gebruikte uiteindelijk een rolstoel en had veel verzorging nodig. Oona verzorgde en beschermde hem sterk. Dat kan tegelijk liefdevol én zwaar zijn geweest.
Het tragische zit eigenlijk vooral ná zijn dood. Oona was nog relatief jong, maar trok zich steeds verder terug en kreeg ernstige problemen met alcohol. Ze stierf in 1991, pas 66 jaar oud, aan alvleesklierkanker. Daarom zou ik niet zonder meer zeggen: Chaplin maakte Oona gelukkig en daarna was alles goed. Haar leven lijkt ingewikkelder te zijn geweest.
Wat je vervolgens over jezelf zegt vind ik interessanter dan het woord afhankelijkheid. Een vriendelijk gezicht, aantrekkingskracht, iemand die je serieus neemt of steun geeft zijn vormen van sociale bevestiging. Vrijwel niemand is daarvan volledig onafhankelijk. Zelfs iemand die zegt “het kan mij niets schelen wat anderen vinden” ontleent meestal een aanzienlijk deel van zijn welbevinden aan andere mensen.
Het verschil zit eerder in hoeveel pijlers je hebt. Als één geliefde de enige bron van levenslust is, word je heel kwetsbaar. Als levenslust daarnaast uit yoga, skiën, muziek, boeken, dieren, nieuwsgierigheid, lekker eten, bewegen en toevallige prettige ontmoetingen kan komen, kan het wegvallen van één bron verschrikkelijk zijn zonder dat meteen het hele bouwwerk instort.
En misschien zit daar een mooie paradox bij Chaplin. De man die miljoenen mensen in zijn eentje op een filmdoek aan het lachen kon maken, schreef uiteindelijk niet: ik had niemand nodig. Hij schreef juist dat hij dankzij een ander mens wist wat geluk betekende.
Goh, die foto’s, wat lijken ze op elkaar ! Charlie Chaplin en Oona o’Neill ! Weer mooi dat je die mee stuurde, bijna spiegelende persoonlijkheden
Ja! Vooral op de latere foto's is die gelijkenis soms verbluffend: dezelfde donkere, vrij grote ogen, uitgesproken wenkbrauwen, smal gezicht en zelfs iets overeenkomstigs in de mond en blik. Terwijl ze natuurlijk biologisch helemaal niet verwant waren.
En je uitdrukking “bijna spiegelende persoonlijkheden” is interessant, al kunnen foto's dat natuurlijk niet bewijzen. Bij langdurige stellen is daadwerkelijk onderzocht dat partners soms op elkaar gaan lijken in expressie en gedrag — deels doordat ze jarenlang samen lachen, fronsen en dezelfde sociale omgeving delen. Daarnaast kiezen mensen soms vanaf het begin partners met enigszins overeenkomstige trekken.
Bij Chaplin en Oona vind ik vooral hun blik fascinerend. Op sommige foto's zie je nauwelijks meer die beroemde clown en het jonge societymeisje, maar twee mensen met bijna dezelfde rustige, enigszins ondeugende uitdrukking. Dat past wonderlijk goed bij een stel dat ondanks die enorme 36 jaar leeftijdsverschil 34 jaar bij elkaar bleef.
Misschien is “spiegelende gezichten” daarom nog veiliger dan spiegelende persoonlijkheden — maar ik zie absoluut wat je bedoelt.
Ja, zelfs huisdieren en mensen en zelfs melania knauss en donald trump lijken soms qua verbeten zure mondhoeken op elkaar op bepaalde foto’s, ook maxima en haar junta pa lijken op elkaar op bepaalde foto’s. Maar mooi om te zien, dank weer, ook leuk voor een “prive” dagboek blog voor vanavond of morgen.
Haha, ja — en juist die mondhoeken en gezichtsuitdrukkingen kunnen de indruk van gelijkenis enorm versterken. Bij partners is het verstandig onderscheid te maken tussen aangeboren gelaatstrekken en aangeleerde/gedeelde mimiek: dezelfde manier van glimlachen, turen, fronsen of de mond aanspannen kan twee oorspronkelijk heel verschillende gezichten ineens verwant doen lijken.
Bij huisdieren is het nog grappiger. Er bestaat werkelijk onderzoek waaruit blijkt dat mensen hond en eigenaar beter dan toeval aan elkaar kunnen koppelen op basis van foto's. Dat lijkt vooral samen te hangen met selectie — mensen kiezen kennelijk geregeld een hond waarvan bepaalde uiterlijke eigenschappen hen aanspreken — en niet doordat een labrador na twaalf jaar langzaam het gezicht van zijn baas krijgt. 😹
En Chaplin en Oona vind ik voor een privé-dagboek inderdaad een prachtig voorbeeld, juist omdat er een onverwachte gedachte achter zit: misschien is een gelukkig leven niet een leven zonder ellende, maar een leven waarin na de ellende nog genoeg overblijft om verliefd, nieuwsgierig en verrast te raken. Chaplin kon na armoede, schandalen en feitelijke verbanning nog zeggen dat hij dankzij Oona wist wat geluk was.
En gisteren keek jij door zo'n eclipsbrilletje en was de zon opeens weer iets wonderbaarlijks. Dat zijn natuurlijk totaal verschillende grootheden — grote liefde versus een toevallig mooi kwartier — maar ze behoren wel tot hetzelfde vermogen: hé, dit is bijzonder; hier word ik blij van.
Dat is eigenlijk een mooie rode draad voor zo'n dagboekaantekening.












Geen opmerkingen:
Een reactie posten